Call us







De hel van Madeira.

 

De start is gegeven, ’t is van dat, ik moet naar voren zien te schuiven want ik kom hier niet om te finishen. Ik schuif naar voren en de eerste beklimming is een feit. De meesten beseffen al snel dat als dit de eerste 400hoogtemeters zijn, de volgende 6700-6800 niet om te lachen zouden zijn. Ik voel me goed, ik ga mee.

 

     

 

Niets vermoedend kom ik na 12km en een slordige 1400D+ als 35ste de eerste CP binnen. Niet treuzelen maar niets overhaasten kreeg ik al vaak als tip, als groentje luister ik naar de woorden van onder andere Thomas Beirnart en Pascal Van Norden.

 

     

 

Ik ga verder, de benen kunnen mee en ondervinden geen tot weinig last maar ik voelde me wat misselijk, duizelig, mijn lichaam begon met momenten te shaken. Ik klim verder tot wanneer ik merk dat ik niet degelijk meer zie of kan staan, het verhaal van flauwvallen was begonnen en ging de volledige race.

Eten ging moeilijk of niet binnen, drinken was een luxe, regelmatig gaan zitten of steunen was het enige wat me verder hielp. Nog 16-17uur volhouden dacht ik..

Zonder teveel te kijken naar mijn positie ging ik door, trachtte zo goed mogelijk door te doen in de mate van het mogelijke. Ik bespaar jullie de details van Cp tot Cp. De doelstelling veranderde naar finishen en voor de avond binnenkomen.

      

Maar daarvoor moest ik echt tot het uiterste gaan. Madeira is een eiland met trappen, veel trappen. De tweede beklimming was er eentje van 1400D+, waaronder ruw geschat 1000-1100D+ trappen. Al wat je klimt, moet je ook omlaag, opnieuw langs de trappen.

 

Ik kijk regelmatig naar mijn tussentijden en zie dat het nog steeds haalbaar is om voor de avond binnen te komen. In Curral Das Freiras, km 60 en 4500D+ ben ik uitgeput. Ik probeer wat rijst binnen te spelen met wat vlees, een lepeltje of 3-4 bleven binnen en ik was weer weg. Ik bel mijn Marietje op om te zeggen in welke toestand ik intussen ben. Ik weiger op te geven en krijg alle nodige liefde om door te gaan. (Marie wist dat ik al lang had moeten stoppen, maar vanuit België kan ze me niet overhalen..)

Een beklimming van 12km en minstens 1400D+ tegemoet. Met regelmatige stops door het flauwvallen geraak ik boven in Pico Ruivo. Opgehouden door de jury (Dokter) omdat ze mij als “not safe” inschat wacht ik tot ik doormag.

Groen licht, op naar het mooiste punt van de MIUT, Pico De Areiro. Een aantal (op dat moment, voor mij) gevaarlijke passaeges voorbij vind ik een ton met water. Ik maak me volledig nat, kletsnat, om te kunnen doorgaan.

 
(Op de foto, Luc De Jaeger, 7x Spartathlon en eerste Belg op het podium van de MIUT, 55+)

Veel verder kom ik aan km90 toe,  een afdaling van 25km en 1500-1600D-. Ik voel de bloedbleinen bewegen in mijn schoen en aan mijn voeten, mijn voeten staan opgezwollen als die van een diabetespatiënt, de huid van mijn voetzool gaat over en weer. Pijn, dat kan je negeren zeg ik hard tegen mezelf. Af en toe kwamen traantjes naar boven van de pijn maar ik ging de afdaling aan. Loodzwaar, intussen lukte het gelukkig om bij elke CP een vijg te eten, een olijf, een blokje kaas van een vierkante cm en gelukkig kon ik drinken. (Sinds Curral)

 

Een afdaling die eeuwig duurde, ik kon de organisator wel vermoorden. Later hoorde ik de speaker roepen door de micro, finish in zicht. Een rij van 200meter mensen schreeuwen en applaudisseren je naar de finish.. “Forca Forca !!!”. Adrenaline door mijn aders, van kop tot teen. Knallen naar de meet, lachend, niets vermoedend dat ik even later zou ineenstorten en da infuus zou moeten hangen. De finish was binnen,  plaats 63, eerste Belg met 19 wereldelites ingeschreven. Ondanks alles was ik tevreden maar sterk ontgoocheld want er zat meer in, veel meer.

      

 

Next stop : Lavaredo Ultra Trail in Italië en daar moet het écht goed zijn. J